De achtste dag van de week (Marek Hlasko)

Wat een deprimerend boek. Het herinnerde me aan 'De Avonden' van Gerard Reve. Maar dan met meer actie, dus minder saai, en vooral vier keer minder lang.
'Mensen,' zei hij, 'die vervloekte, stomme mensen, voor wie de eigen hel altijd te klein is en die zich dan maar met die van de ander gaan bemoeien. Ze komen overal met hun bezwete handen aan, ze beginnen te fluisteren, te regelen, te helpen, hen terzijde te nemen en hun over zichzelf te vertellen. "Weet je," zeggen ze haar, "dat hij in 1947, in Mysliborz, de stationschef, de kassier en de hulpmachinist in elkaar heeft geslagen?" "Weet je dat hij dit en zij dat?" De mensen bemoeien zich ermee, de mensen liegen, de mensen verzinnen allerlei gemene idiote flauwekul, en dan op een dag is het niet meer duidelijk wat waarheid is en wat leugen, en wat roddel, en wat werkelijkheid, wie een vriend is en wie een zwijn, wie een collega en wie een idioot ... het is onmogelijk overal hoogte van te krijgen.'
En inderdaad. Op het einde is de realiteit een modderpoel. Waarin het hoofdpersonage als een zwijn rolt. En zich niet meer kan proper krijgen. De realiteit zit overal. En er is geen ontkomen aan.
Begonnen op 30 maart 2010, denk ik, en uit op 1 april.
Reacties