De jacht
Wat ik nagejaagd heb, is in retrospect belachelijk. En morgen lijkt het misschien weer belangrijk. Wie weet. Minder denken, meer genieten. Nee, niet minder denken. Anders denken. Meer aan mezelf, minder aan anderen. Toch minder op de manier waarop ik nu denk. Als er gekken over de snelweg scheuren, goed, dan doen ze maar. Als mensen willen doodgaan, goed, dan doen ze maar. Niet mijn probleem, niet mijn frustratie. Ik lees weer meer, maar schrijven doe ik nog altijd niet. Het voelt zelfs eerder alsof ik weer leer lezen, alsof ik een niveau hoger aan het gaan ben, of dieper misschien. Beter, meer geconcentreerd, minder afgeleid. En nee, dat is geen tautologie. Er is een verschil. Het geconcentreerd zijn gaat over het lezen zelf, het niet afgeleid zijn over al de rest. Als ik wil schrijven, moet ik tijd maken. Dat, en discipline. En die heb ik gewoon niet. Ik wil nog te veel lezen. En ik moet nog te veel werken. Moet, ja, geld, moet. Niet nodig uit te leggen, veronderstel ik? ...