Ik zeg altijd dat het verleden niet bestaat.
Het is een manier om mezelf te overtuigen dat wat slecht was
in mijn vroegere leven niet meer bestaat. Maar hoe ouder ik word, hoe meer dat
ook betekent dat wat goed was niet meer bestaat.
Het is bijgevolg mijn meest idiote leugen.
Mijn grootmoeder is vorig jaar overleden, en terwijl ze nog
leefde ontkende ik het heden al, nog altijd volhoudend dat het mijn verleden
was dat niet meer bestond.
Haar bezoeken in een rusthuis omdat ze fysiek en mentaal te
veel achteruit was gegaan, dat kon niet bestaan. Voor mij was de realiteit dat
ze voor mij in haar keuken stond, mij een bord crème-au-beurretaart voorzette,
en vertelde terwijl mijn grootvader op de sofa in stilte zat mee te luisteren
naar haar verhalen, af en toe feiten rechtzettend wanneer haar een datum
ontglipte.
Terwijl ze in het rusthuis zat en ik zei dat het verleden
niet bestond, zat ik vol weemoed te denken aan vroeger en te negeren hoe het nu
was.
Misschien moet ik een laatste keer zeggen dat het verleden
niet bestaat. Dan wist dat ook die idiote uitspraak zelf uit en ben ik klaar
voor het heden én het verleden. Kan ik het omarmen. Kan ik het sléchte gewoon aan
de kant schuiven maar het goede leren koesteren.
Reacties